De kracht van huiswerk

Door Kris Van Dijck op 29 mei 2015, over deze onderwerpen: Vlaams Parlement

De mens is een lerend wezen. Georganiseerd in schoolverband, dan wel van nature uit. Voorbeelden van anderen, interacties met anderen, eigen ervaringen, allemaal factoren die maken dat een mens leert.
Onderwijs is een manier om dat op een gestructureerde manier te laten verlopen. Wetenschappelijk onderzoek evolueerde naar een pedagogie die de omstandigheden van dat leren vorm geeft. Maar leren is meer dan onderwijs. Leren is een attitude, een gedrag. In die context situeert zich de discussie of het wel of niet opportuun is huiswerk te geven in het lager onderwijs.
Huiswerk is voor de N-VA essentieel voor het verwerken van de geziene leerstof en dit op het eigen ritme van de leerling. Het is een belangrijk element in het herhalingsproces van kinderen om zo de leerstof volledig onder de knie te krijgen. Iedereen kent de spreekwoordelijke ‘kracht van herhaling’. Het kan uiteraard niet de bedoeling zijn om kinderen te bedelven onder stapels huiswerk, maar huiswerk op zich zou geen probleem mogen zijn. Integendeel.
Door kinderen huiswerk te geven, biedt men ouders bovendien de kans om dichter te worden betrokken bij het leerproces en, bij uitbreiding, bij de schoolloopbaan van hun kinderen. Het is die ouderlijke betrokkenheid die mee borg moet staan voor een opvoeding die zowel op school als thuis vorm moet krijgen en dit in harmonie met elkaar. Daarnaast bieden sommige scholen ook de mogelijkheid aan om kinderen hun huiswerk op de school zelf te laten maken, zodat leerlingen eventueel bij de leerkrachten zelf terecht kunnen wanneer ze vragen hebben.
Waar ik echter vooral bij stil wil staan, zijn de vaardigheden op langere termijn die gepaard gaan met het geven van huiswerk, zoals het bevorderen en stimuleren van zelfstandigheid en onafhankelijk werken. Kinderen leren plannen. Wanneer doe ik wat? Waar voel ik me het best bij? Huiswerk in het lager onderwijs ontwikkelt de gewoonten zodat de leerlingen er ook gedisciplineerd en vertrouwensvol mee om kunnen gaan in het secundair onderwijs. Daar zijn huiswerk en opdrachten immers dagelijkse kost. Al die vaardigheden zijn stuk voor stuk competenties die ook op latere, volwassen leeftijd van pas zullen komen.
Dit neemt echter niet weg dat het evenwicht tussen school- en thuistijd moet worden bewaard. Huiswerk moet ook voor een stuk maatwerk zijn. Het kan niet zijn dat er opdrachten gegeven worden die voor bepaalde kinderen onhaalbaar zouden zijn. Het is ook niet de bedoeling dat de ouders het werk maken… Noch dat kinderen op basis van hun sociale achtergrond meer of minder kansen zouden hebben. Zo kan bijvoorbeeld het geven van opzoekingswerk niet tot het gevolg hebben dat zij die veel hulp krijgen bevoordeeld worden tegenover zij die dat niet hebben.
Sommigen onderwijsdeskundigen pleiten voor het afschaffen van huiswerk omdat die afschaffing de sociale gelijkheid zou bevorderen. Ik ga niet ontkennen dat niet alle kinderen thuis dezelfde ondersteuning kunnen vinden. Maar is het dan correct om die kinderen die door huiswerk wel bijkomende stimulansen kunnen krijgen, dat recht te ontzeggen? Ik vrees hier voor een nivellering naar beneden waar niemand beter van wordt.
Kunnen we dan niet beter naar oplossingen zoeken, zoals projecten rond huiswerkbegeleiding die ik in tal van OCMW’s en kinderopvanginitiatieven zie ontstaan? Lokale besturen, zoals mijn eigen gemeente, kunnen daar het verschil maken.
Huiswerk is een belangrijk instrument in de ontwikkeling van kinderen. Laten we dat instrument verstandig inzetten.
Kris Van Dijck

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is