Nucleaire noodplanning

Door Kris Van Dijck op 30 januari 2015, over deze onderwerpen: Blog

Op donderdag 29 januari organiseerden NIRAS, STORA en MONA een studienamiddag over nucleair noodplanning. Als burgemeester van Dessel mocht ik er samen met mijn Molse collega de inleiding verzorgen:

Geachte genodigden,
Diep verborgen in de archieven van de gemeente Dessel bevindt zich een schrijven van de Belgische regering, begin jaren vijftig van de vorige eeuw, aan de toenmalige burgemeester van Dessel. Brussel had haar oog laten vallen op de vele hectaren beboste gemeentegronden, over het kanaal, Dessel-Schoten, waarbij kortweg gezegd de vraag gesteld werd of daar een studiecentrum voor kernenergie zou kunnen ingepland worden. De toenmalige burgemeester zag dat niet zitten, het werden dan de gronden van het koninklijk domein in Mol, maar in de feiten en in vogelvlucht dichter bij Dessel centrum gesitueerd dan de gronden op “Den Diel”.
De volgende decennia zou de nucleaire sector in onze regio groeien en voor heel wat welvaart zorgen: SCK, Eurochemic, FBFC, Euratom, Belgonucleaire, IRRM, Belgocprocess,… Bedrijven kwamen en gingen maar de nucleaire aanwezigheid, zeker als straks het cAt-project tot uitvoering zal komen, zal hier nog voor eeuwen aanwezig zijn. Onder welke vorm, met welke nieuwe of vernieuwende technologieën, veel is nog onvoorspelbaar. Wat wel is, is dat ‘den Atoom’ voor de streek een certitude is en zal blijven.

Toen ik eind jaren ‘80 schepen werd, leerde ik ook de sector beter kennen. Het transnuclear schandaal was nog niet verteerd en de sanering, verwerking plus opslag van nucleair afval was brandend actueel. Persoonlijk herinner ik me, nog wat later, de bijkomende terugkeer van het hoog radioactief afval uit La Hague als een nieuwe catharsis die de streek beroerde. De voorbode van wat het RNC zou worden kwam tot stand en de streekeisen m.b.t. een veilige nucleaire Kempen werden door tal van streekactoren - politici, werkgevers en werknemers - in een concreet document verwoord.
Meer en meer werden vragen gesteld naar de veiligheid van heel het gebeuren en ook hier waren believers en non-believers, maar wat eenieder met enige intellectuele eerlijkheid moest toegeven dat was dat de noodplanning een reus op lemen voeten was. Ik herinner me nog mijn eerste deelname aan een rampenoefening waarbij we (nagespeeld) de mededeling kregen dat we nadat er MOX (plutonium) uit de schoorsteen van Belgonucleaire geloosd was, de landbouwers in onze gemeente moesten instrueren de gewassen op hun velden af te dekken. Ernstig blijven was dan ook onze verontwaardigde reactie.

Ik ga hier niet het proces voeren van wat er ondertussen wel of niet gebeurde, maar wel de essentie naar voor brengen, die voor ons, lokale beleidsverantwoordelijken, voor ons lokale gemeenschap toch wel fundamenteel belangrijk is.
Vooreerst rekenen we op een zeer zorgvuldige dagelijkse werking van de hele sector. Zij moeten alles in het werk stellen dat rampen vermeden worden. Incidenten zijn nooit uit te sluiten, niet waar menselijk handelen aan te pas komt, niet waar industriële processen aan de gang zijn, en neen ook niet als de natuur ons parten speelt. (Gelukkig wonen we voor wat dat laatste betreft in een gezegende regio.) Maar als er dan toch iets gebeurt, als er zich dan toch een incident voordoet, door welke reden ook, dan eisen wij wel dat er een ordentelijke, in de realiteit toepasbare en werkbare noodplanning uitgerold wordt.

Toen de gemeenteraad van Dessel in 1998 het licht op groen zette om samen met NIRAS onder de vorm van het partnerschap STOLA de mogelijkheden te onderzoeken of het Belgisch laag en kortlevend afval hier definitief zou kunnen geborgen worden, was het veiligheidsonderzoek ter zake het speerpunt van het hele gebeuren. Veiligheid voor mens, veiligheid voor milieu, nu en in de toekomst.
Een apart luik daarin werd ingenomen voor de noodplanning. Wat als… Het noodplan zelf: evacuatiewegen, medische ondersteuning, enz.

Wat de noodplanning betreft zijn volgende vijf punten mijns inziens fundamenteel en dienen de toets van elke noodplanning te doorstaan: (ik heb voor een paar jaar, na de ramp van Fukoshima in 2011, ter zake ook mijn verhaal kunnen doen bij de Duitse EU-commissaris Günther Oettinger die voor het tot stand komen van Europese stresstests ter zake een Europese ronde tafel organiseerde)
- Betrouwbare communicatiesystemen voor de hulpdiensten, ook bij stroompanne;
- Uitgeruste crisiscentra; niet alleen in Brussel of Antwerpen, maar ook hier bij ons, dicht bij het gebeuren waarbij rekening houdend met de verschillende windrichtingen de gemeentehuizen of veiligheidshuizen van Geel, Mol en Dessel snel operationeel moeten zijn;
- Een specifieke rampenambtenaar of ambtenaren, met voldoende specialisatie ter zake, die de lokale besturen kunnen bijstaan;
- Efficiënte communicatiemogelijkheden om mensen te bereiken en te verwittigen; tot in de woonkamer, tot op de werkvloer;
- Niet alleen top-down, maar met voldoende erkenning van de inzichten die lokaal bestaan en tot realistischere besluitvormingen kunnen leiden. Hiervoor dient ook iedereen van laag tot hoog de nodige juridische bescherming te krijgen, gedekt zijn om beslissingen te kunnen en te mogen nemen.
-
Ten gronden, beste toehoorders, is het onze opdracht, en daarover deze studienamiddag, ons voor te bereiden op datgene dat we hopelijk nooit moeten zullen toepassen in de praktijk. Met andere woorden: voorbereiden op wat we willen vermijden, en ons dagelijks inzetten om dit ook in de praktijk te vermijden.
Mijn dank gaat uit naar al diegenen die deze namiddag mogelijk maken. Ik wens jullie allen en mezelf een leerrijke namiddag toe.

Kris Van Dijck

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is