Jaarlijks krijg ik de vierde leerjaren van drie Desselse basisscholen over de vloer. Het kadert in de minimumdoelen die de leerlingen moeten bereiken met betrekking tot de kennis over de gemeente waarin ze wonen. Ik kan dan, ondertussen na meer dan dertig jaar, mijn onderwijzershart nog eens ophalen. Maandag kwam de Weg-wijzer. Ik verwachte één klas, maar de kinderen bleven binnenstromen. Twee klassen ineens; tweeënveertig leerlingen. Ik moest onmiddellijk aan mijn moeder denken die als jonge leerkracht, amper twintig jaar oud, een even groot aantal kinderen leerde lezen en schrijven in het eerste leerjaar bij de nonnekes in Sint-Job-in-’t-Goor. Toen ging dat met tucht en discipline van een ander niveau dan nu. De leerlingen hoorden te luisteren. Nu wordt dat van de leerkrachten verwacht.
Ik haalde mijn steeds beproefde truc boven die ook nu weer aansloeg. Zoveelste groter de groep, zoveelste stiller praat ik. Je hoort een muis lopen. We bezoeken eerst het oude gemeentehuis, opgetrokken in 1934, om er kennis te maken met het verleden. Vaste ingrediënten: het ontstaan van ons dorp in 1271, de dorpscomme (oude kist waarin de documenten bewaard werden), de lotelingen onder de Franse periode en onze in Dessel geboren schilder Karel Ooms. In het administratief centrum, waar vroeger de brouwerij Campina het dorp domineerde, ligt de focus op de werking van de gemeente, de gemeenteraad en de vele diensten.
Vrijdag had ik een nog grotere groep kinderen voor me. In Witgoor, een gehucht als geen ander, werd opnieuw een mijlpaal gezet. Voor het oog van 365 belangstellenden - directeur Tom had ze netjes geteld - werden de eerste stenen gelegd voor een nieuwe basisschool. Leerkrachten, begeleiders, oudercomité, dekenaat, architecten, studiebureaus, aannemer, lokaal bestuur en natuurlijk de 300 kinderen die er op een fantastische manier een feest van maakten en met grote belangstelling naar de toespraken luisterden. Een heugelijke dag.
Witgoor is inderdaad een gehucht als geen ander. Met de bevolkingsgroei die Dessel na de Eerst Wereldoorlog en de Spaanse griep, die ook bij ons wreed huis hield, kende, groeide het dorp in oostelijke richting. Waar de kapel van Witgoor nog voor de Gracht stond, een afwateringskanaal dat Dessel van Noord naar Zuid in twee snijdt, ontwikkelde zich een kilometer verder een nieuwe leefgemeenschap. De Gracht zou snel de scheiding worden tussen Dessel en Witgoor die niet alleen een fysieke maar zeker ook een emotionele grens werd. “Die van over de Gracht” klinkt het nog steeds aan beide zijden als men het op en ietwat denigrerende wijze over die andere dorpelingen heeft.
In 1932 werd Witgoor een afzonderlijke parochie, iets wat recentelijk verleden tijd werd, met een nieuwe kerk. Maar niet alleen een eigen kerk. Omdat de steeds groeiende groep kinderen die dagelijks te voet naar Dessel moesten om school te lopen en grote delen van hen de wet op de leerplicht konden ontlopen omdat de afstand naar de school te groot was, nam de gemeente het initiatief om scholen te bouwen. In de vaart der volkeren om kinderen deftig onderwijs te geven kon het toch niet dat deze kinderen achtergelaten zouden worden. De gemeente ging zelf voor een jongensschool waar mijn moeder, zwanger van mij in de begin jaren zestig, nog les gaf. De meisjes werden uit handen gegeven aan de nonnekes met de bouw van een klooster en aanpalende meisjesschool. Al die gebouwen in een zelfde modernistische stijl van de hand van ingenieur-architect Stan Leurs.
Witgoor bleef net als Dessel groeien met eigen jeugd-, volwassenen- en seniorenverenigingen met bijhorende lokalen. Kers op beide taarten eigen voetbalploegen die lange tijd het Kempisch voetbal domineerden en het tot de tweede hoogste klasse schopten. Beide clubs zijn nog steeds springlevend met honderden leden en mogen als toonbeeld gelden om met eigen middelen, zonder fusies of overnames, en een lokale verbondenheid het verschil te blijven maken. Dessel Sport viert trouwens dit jaar haar 100-jarig bestaan.
Nadat de nonnekes uit Witgoor verdwenen en de beide scholen gemengd onder de vleugels van de gemeente kwamen in het schooljaar 1981-82, werd het klooster ingepalmd door de jeugd. Waar in Dessel jeugdhuis Spin furore maakte met eigen sportinfrastructuur kon men in Witgoor niet achterblijven en de Scharnier was geboren. Niemand kon voorspellen dat het eerste Graspop op het aanpalende grasveldje zou uitgroeien tot een van de grootste heavy metal festivals van Europa.
Na een vernieuwing van de kleuterschool met poly-ruimte tijdens mijn eerste ambtstermijn, werd in die van Michel Meeus een sporthal en twee nieuwe klassen gebouwd, maar de werking op twee sites, aan beide zijde van de Meistraat, in steeds ouder wordende gebouwen noopte ons tot actie. En die kwam er. Er werd naarstig aan de slag gegaan met alle betrokkenen om Witgoor een nieuw kleedje te geven, startend met een structuurvisie. Jaren van overleg met vallen en opstaan leidde tot wat we nu aan het realiseren zijn. Een nieuwe Scharnier voor het parochiecentrum en dus straks een volledig nieuwe school, buiten de sporthal en de twee aanpalende klassen die behouden worden.
Ik ervaarde vrijdag vooral de grote tevredenheid bij het personeel over de aanpak. “Geen nieuwe school voor ons, maar met ons”, klonk het bij meester Davy en juf Ann voor deze manier van inspraak en dialoog met grote verdiensten voor schepen van onderwijs Barbara Rommens en schepen van openbare werken Herman Minnen die dagelijks de werkzaamheden opvolgt. Een aparte blok voor de kleuters (twee bouwlagen) en een voor de lagere school (drie bouwlagen), met daartussen een verbindingsbrug met klassen voor levensbeschouwing, zorg en ICT zullen straks in de oorspronkelijke stijl als die van Stan Leurs het beeld van Witgoor domineren.
Op een paar jaar tijd nieuwe Chiro lokalen, een nieuw voetbalcomplex, een nieuw jeugdhuis en een nieuwe school waar de kinderen en de jeugd hun hart kunnen ophalen. Dus ja, Witgoor, een gehucht als geen ander en voor iedereen een zalig paasfeest gewenst.
Kris van Dijck
Dessel, 5 april 2026