Een man kan echt nog wel verrast worden. Bij het betreden van onze raadzaal donderdagavond voor de eerste gemeenteraad van het jaar had ik niet direct in de gaten dat er meer volk was dan anders. Na me met mijn PC en kaft geïnstalleerd te hebben merkte ik pas op dat er een troon in het midden van de raadzaal stond. Ik vraag aan Tim, de voorzitter van de raad en rechts van mij zittend, waar dat voor dient. Wat er aan de hand is. Sinterklaas komt was zijn laconiek antwoord. Plots zag ik Helena en Nore, mijn zus Viviane, broer Rob en tante Simonne. Het begon me te dagen dat er iets te gebeuren stond… 25 jaar burgemeester. Ik moest even op de tanden bijten…
Eenmaal op de troon gezeten werden videoboodschappen uitgezonden. Van onze premier Bart en minister-president Matthias, voorzitter Valerie en de twee kinderen. Maar niet alleen videoboodschappen want achter mij dook dan plots Jan Peumans op om life zijn laudatio uit te spreken. Op zijn gekende stijl natuurlijk. Zalig. Onvoorbereid was het dan aan mij een wederwoord te formuleren om iedereen te bedanken voor het momentum zelf maar ook voor de jarenlange samenwerking. Mijn kernboodschap ten slotte luidde daarbij om ook op de moeilijkste momenten steeds de nieuwe kansen of nieuwe uitdagingen te zien, ze met beide handen te nemen en de moed nooit op te geven. Bedankt allemaal.
Maar nu terug aan het werk want het is nodig en ook in Europa liggen nieuwe kansen en nieuwe uitdagingen waarvoor we de moed moeten opbrengen. Vandaar hieronder mijn integrale speech die ik woensdag gaf op een zitting van het Europees Forum voor de Maakindustrie over het Europees Competitiviteitsfonds - de nood aan toenemende investeringen in de maakindustrie, de industriële ruggengraat van Europa. Verder wens ik iedereen een fijne zondag toe.
“Dames en Heren, Europa staat op een kruispunt. Ons continent is al decennialang een wereldwijde motor van welvaart, gebouwd door ondernemers, werknemers, ingenieurs en fabrikanten die geloven in inspanning, verantwoordelijkheid en innovatie. Maar vandaag de dag worden we geconfronteerd met een harde waarheid: Europa loopt achter.
Europese bedrijven kampen met hogere energiekosten, trage vergunningsprocedures, overregulering en kapitaalmarkten die te gefragmenteerd zijn. En onze concurrenten spelen het hard. De Verenigde Staten investeren agressief in strategische industrieën. China steunt zijn bedrijven met staatssteun. Ondertussen reageert Europa te vaak op de wereldwijde concurrentie met bureaucratie, aarzeling en fragmentatie.
Welvaart komt evenwel niet voort uit regelgeving, maar uit bedrijven die investeren, innoveren, exporteren en mensen in dienst nemen. En vergis u niet: de maakindustrie, staal, chemie, machinebouw, automobielindustrie, lucht- en ruimtevaart... ze zijn allemaal absoluut cruciaal voor de strategische autonomie van Europa. Een continent zonder industrie kan zijn economie, zijn banen en zijn soevereiniteit niet beschermen.
Een concurrerende economie is de basis voor veerkracht en welvaart. Daarom stellen mijn partij en ik al geruime tijd dat de EU een begroting van de 21e eeuw nodig heeft, weg van de historische uitgaven en met een verschuiving naar meer middelen voor onderzoek, innovatie en ontwikkeling. Ik juich het dan ook van harte toe dat een van de pijlers van het volgende meerjarig financieel kader zich richt op concurrentievermogen, onder andere met het Europees Competitiviteitsfonds (ECR). Ik verdedig dan ook met klem een grotere – een echte – koerswijziging in de begroting en stel mijn hoop daarop.
De rapporten van Letta en Draghi schetsten de behoeften en uitdagingen voor het behoud en de versterking van de Europese welvaart. De internationale geopolitieke context versterkt deze dringende behoefte aan verandering. We kunnen er simpelweg niet omheen dat er nieuwe prioriteiten zijn in een veranderde wereld. Ook voor de begroting. Hervorming is de sleutel tot meer efficiëntie, meer strategische autonomie en meer welvaart.
Hier wijk ik af van mijn voorbereiding. Mijn moed zakte me vorige week in Straatsburg in de schoenen toen ik collega's hoorde zeggen dat we Mercosur moeten uitstellen en voorleggen aan het Europees Hof van Justititie vanwege 3.000 protesterende boeren buiten. En de meerderheid deed dat ook in plaats van door te pakken. Ik vind dat verschrikkelijk. (applaus)
Naast deze overkoepelende boodschap wil ik een aantal principes voor het Europees Competitiviteitsfonds verdedigen:
- Ten eerste moet het zich richten op strategische prioriteiten die digitalisering, innovatie, decarbonisatie en strategische autonomie ondersteunen. Deze prioriteiten moeten worden vormgegeven door een interdisciplinaire aanpak en ruimte laten voor lidstaten om ze aan te passen op basis van hun eigen sterke punten en expertises, met actieve inbreng van belanghebbenden uit het bedrijfsleven, onderzoek en innovatie.
- Ten tweede moet de focus liggen op markt falen en projecten met een hoge Europese toegevoegde waarde, met aandacht voor grensoverschrijdende projecten.
- Daarnaast moet het ECF de valorisatie bevorderen en de kloof tussen onderzoek, innovatie en het bedrijfsleven overbruggen.
- Een ander punt dat ik sterk verdedig, is dat Europese fondsen zoveel mogelijk moeten worden gebruikt om private financiering te stimuleren.
- Verder vind ik het cruciaal dat ECF-geld wordt toegewezen op basis van de verdiensten van het project. In het algemeen moet het fonds gericht zijn op excellentie.
- Bovendien moet het principe van technologieneutraliteit strikt worden nageleefd. Leg doelstellingen op maar zeg niet hoe die moeten bereikt worden.
- En Tot slot moeten er synergiën worden gecreëerd tussen de verschillende EU-instrumenten.
Dames en heren, de EU heeft een toekomstgerichte begroting nodig om ons vermogen om in een veranderende wereld te handelen te versterken. We mogen niet vasthouden aan begrotingskeuzes uit het verleden. We moeten de moed hebben om een echte verschuiving in de begroting door te voeren. De moed om niet alleen meer uit te geven, maar om beter uit te geven. De moed om te hervormen. De moed om regels te vereenvoudigen en besluitvorming te versnellen. De moed om bedrijven te vertrouwen, in plaats van ze tot in detail te controleren. De moed om onze industrie te verdedigen wanneer deze oneerlijk wordt aangevallen door concurrenten die zich niet aan dezelfde regels houden.
Dames en heren, het Competitiviteitsfonds kan een hoeksteen worden van een nieuw Europees groeimodel – een model dat geworteld is in industrie, innovatie en verantwoordelijkheid. We kunnen het ons niet veroorloven dat de volgende begroting opnieuw een gemiste kans is in een wereld die snel verandert. Dank u.”
Kris van Dijck
Dessel, 1 februari 2025