De voorbije week waren we vier dagen skiën in Oostenrijk. We verbleven in het hoteldorp Alpendorf, behorend tot de gemeente Sankt Johan im Pongau in Salzburgerland. Met ruim 10.200 inwoners is Sankt Johan qua grootte verglijkbaar met Dessel. Vanuit Alpendorf kan je twee liften nemen waardoor je meteen recht in het Amadé skigebied terecht komt. Het was meer dan twaalf jaar geleden dat ik nog eens de latten aanbond. Niet dat daar zoveel speciaals over te vertellen valt, al wil ik wel wat kwijt over mijn relatie met Oostenrijk. 

 

Als kind hadden wij in de zomer een maand lang Kitty in huis. Ik spreek over de jaren zestig van vorige eeuw. Kitty woonde met haar familie in een vluchtelingenkamp van barakken in Wels, Oostenrijk en was net zo oud als mijn vijf jaar oudere zus Viviane. Neen, geen vluchtelinge uit Syrië, Afghanistan of Afrika. Vluchtelinge in en uit Europa. Wat wij al lang vergeten zijn is dat tijdens en na de tweede wereldoorlog massale vluchtelingenstromen uit Oost-Europa tot stand kwamen. Twaalf miljoen Duitstaligen bijvoorbeeld die uit de door het Rode Leger bezette gebieden willes nilles , dan er wel zelf voor kiezend, hun heimat verlieten. Deze mensen belandden vaak in vluchtelingenkampen. In Duitsland. In Oostenrijk. Vluchtelingenkampen die al lang verdwenen zijn want al deze mensen die niet verder de wijde wereld in trokken bleven er en assimileerden zich. Net als hun kinderen en kleinkinderen trouwens. Ze werden Duitser of Oostenrijker midden de andere Duitsers of Oostenrijkers. Mensen die vrijwillig richting de andere kant optrokken, daar waar de Sovjets de scepter zwaaiden, konden op één hand geteld worden. Zo slecht is het in het Westen…

 

Daarenboven verbleven in Oostenrijk tussen 1945 en 1950 zo’n 250.000 tot 300.000 Joodse ontheemden. Ze verbleven er in kampen, opgezet door de geallieerden. In de Amerikaanse bezettingszone  bevonden zich kampen in o.a. Linz, Ebensee, Bad Ischl, Bad Gastein, Salzburg en jawel Wels. Wat de achtergrond van Kitty en haar ouders precies was weet ik niet. Ik kan het aan niemand meer vragen. Maar wat ik wel weet is dat die kampen ook holocaustoverlevenden huisvestten uit Polen, Hongarije, Roemenië en Tsjecho-Slowakije. Overlevenden die probeerden te emigreren naar Israël of de VS. De levensomstandigheden in die kampen waren zwaar terwijl velen met zware trauma’s verder moesten leven. Ook decennia later ving Oostenrijk honderdduizenden Oost-Europese vluchtelingen op. Dit ten gevolge van opstanden aldaar. Denk aan de Hongaarse opstand in 1956. Denk aan de Praagse Lente in 1968. Oostenrijk was voor velen de poort naar het Westen.

 

Hoe kwam Kitty nu bij ons? Caritas Oostenrijk, dat na de oorlog noodhulp verleende aan die grote stromen vluchtelingen, transformeerde in de jaren vijftig en zestig naar een organisatie gericht op een structurele opbouw van de samenleving, gezinsondersteuning en kinderhulp. Wat dat laatste betreft bestond de doelgroep uit 600.000 kinderen in circa 900 kleuterscholen. Caritas organiseerde voor hen de zogenaamde ‘kindererholungsaktionen’ (recreatieve activiteiten voor kinderen) waarbij o.a. Oostenrijkse kinderen op vakantie gingen naar de Benelux, Spanje en Portugal. Kitty was een van hen en mijn gezin, met een op en top sociaal geëngageerde vader en moeder, het gastgezin. Ik herinner me nog dat we haar ophaalden aan en wegbrachten naar het station. van Mol. Later dat van Lier. Zo ging dat bij ons; een groot hart voor de zwakken en de armen open voor de verdrukten. De laatste maal dat Kitty op vakantie kwam vergezelde een jonger zusje haar: Annemarie. 

 

In de zomer van 1976 ging ik met de school, het Klein Seminarie van Hoogstraten, op reis naar Zuid-Tirol. Ik ontdekte er voor de eerste maal het hooggebergte. Ik had nog niet veel gezien van de wereld. En ja, ik speel nu een beetje vals want ons verblijf in het Martelltal, met een Oostenrijks verleden, ligt nu in Italië: Val Martello. Geannexeerd na de Eerste Wereldoorlog, zoals bij ons de Oostkantons van land veranderden. Veel Zuid-Tirolers voelen zich nog steeds Oostenrijker en spreken Duits, al zullen mijn Italiaanse fractiegenoten dat niet zo graag horen… Maar goed, eerst met de trein tot Reutte en van daar, in het duister, de bus op om de Alpen te doorkruisen. Ik kon de ochtend erop, bij het openen van de gordijnen, mijn ogen niet geloven. Ik was onmiddellijk verliefd op de bergen en de besneeuwde toppen. 

 

Ondertussen was Kitty een volwassen vrouw geworden. Op een mooie dag zochten we haar op in Hasselt waar ze, op tournee met een dansgroep, enkele dagen verbleef. Het was een blij weerzien, doch het noodlot sloeg weldra toe. Even later kregen we immers de onheilstijding dat ze slachtoffer was van een gasontploffing met verschrikkelijke brandwonden over haar hele lichaam. In de zomer van 1982 kwam ze nog eens met de trein naar Dessel, vergezeld van haar vriendin en buurmeisje Ivonne. Nadien reisde ik met hen mee met de Oostende-Wenen-Express, een nachttrein van 1894 tot 1993 operationeel, naar Wels wat voor mij toch een cultuurschok was. Zij woonden er met velen in sociale woonblokken, vier hoog, waarbij families met kinderen het in tweekamerappartementen met toiletten op de gang moesten stellen. Allemaal zeer karig zonder luxe zoals we dat in Vlaanderen kenden. In de kelder bevonden zich gemeenschappelijke wasmachines, badkamers en douches. Zaterdag, in de vooravond, was er warm water en konden de mensen een bad of douche nemen. Eenmaal in de week. Geen uitzonderingen. Moment verkeken? Een week wachten. 1982, ja!

 

Het was van daaruit dat ik met Kitty naar Wenen spoorde en voor de eerste maal de hoofdstad van de eens zo machtige multiculturele dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije bezocht. Een EU avant la lettre volgens Otto von Habsburg, oudste zoon van de laatste keizer en Europees parlementslid van 1979 tot 1999 voor de Beierse CSU. Kitty moest op consultatie in het ziekenhuis omdat ze nog steeds heelkundige ingrepen en huidtransplantaties moest ondergaan. Wat een lijdensweg voor haar. Ik verkeek me op de mooie stad met prachtige paleizen, kerken, gebouwen en parken. Later in mijn professionele leven zal ik er nog komen als gast in het Oostenrijks parlement en bij het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA).

 

Ongeveer in de zelfde periode reisde ik met mijn zus en mijn toenmalige schoonbroer naar Stanzach in het Lechtal. De zus van mijn schoonbroer woonde er. Dagelijks trokken we de bergen in met de ambitie steeds weer opnieuw een andere bergtop te bereiken, voldaan te genieten van de vergezichten en de dag af te ronden met een heerlijk glas stierenbloed, een donkerrode stevige Hongaarse kwaliteitswijn. Naar datzelfde dal trokken we met de Desselse basketclub Spinba. Ook daar stonden trektochten hoog op de agenda waarbij de leeuwenvlag steeds mee moest. Zoals je kan lezen waren het telkens zomerreizen. Daar kon het natuurlijk niet bij blijven. Weldra werd een volgende stap gezet: skiën. Eerst met de familie van mijn vriend Koen in Zuid-Tirol of op shortski naar Warth. Jaren later met mijn eigen gezin met Staes Sport uit Mol en het Limburgse Snowtravel in het Salzburgerland: Flachau, Wagrain, Obertauern en Großarl. We leerden er prachtige vrienden kennen.   

 

Het hooggebergte; de toppen en de dalen, de ravijnen en de vergezichten. Ze maken me weemoedig. Ik zou ze willen grijpen en omarmen, in mijn hart en ogen opslaan. Het weer dat elk moment kan omslaan, het dansend spel van fel zonlicht en de schaduw van de wolken, de sneeuwval en de plots opkomende en al even snel verdwijnende mist maken me klein, nietig en kwetsbaar. De dag dat Onze-Lieve-Heer de bergen schiep was hij echt wel in z’n goede doen. Begrijp je wat ik bedoel? Ja, ik keer zeker weer om de wereld te begroeten zoals men dat alleen in Oostenrijk kan: Grüß Gott! Fijne zondag nog.

 

 

Kris van Dijck 

Dessel, 22 februari 2025