Het rapport

De legislatuur is bijna voorbij, we naderen de verkiezingen en dan verschijnen ze weer in onze kranten: de rapporten van onze politici. Het merendeel van die politici kent de journalisten die hen evalueren amper of niet, horen of zien ze nog minder. Doorheen de jaren zijn ze ook niet geïnteresseerd in hen. En toch gaan die dames en heren van de pers over ons oordelen, ons evalueren en met plezier ook nog veroordelen. Ze doen dat dan met sterren. Dat oogt mooi in de krant of op de website. Heel, heel zelden zijn er dat vijf, nu en dan vier, dan nog een reeks van drie om vervolgens het gros minder te geven en dus te buizen. Waarop die krantenjongens en -meisjes zich baseren? Wat hun afwegingskader is? Joost mag het weten. Het lijkt wel dat men met plezier de meeste politici door de mangel haalt. Maar daarover straks meer.

 

Ik kreeg deze keer drie sterren en blijf dus bij de ‘besten’. Voor een hotel neem ik daar als niet op luxe gefixeerde man vrede mee. Maar politiek is geen hotel. Ooit kreeg ik meer waardering. Meer dan eens vier sterren en lovende commentaren. Nu luidt het: “wordt in elke fractie graag gezien.” Dat is het dan. Werkte ik de voorbije vijf jaar minder? Deed ik minder mijn best? Was ik minder geëngageerd? Of had ik minder invloed op het beleid? Ik denk het niet. Ook mijn collega’s in de eigen fractie en in mijn commissie, die ik dus dagelijks bezig zie, krijgen niet de waardering die ze verdienen. En dat durf ik met recht en reden zeggen.

 

Wanneer ben je een goed parlementslid? Niet zo eenvoudig, want ook binnen een parlement heb je verschillende taken, functies en plichtplegingen. Ben je lid van de meerderheid of de oppositie? Van de eerste wordt meer overleg, onderhandelingsvaardigheid en de bereidheid om overeen te komen verwacht. Het oppositielid scoort dan weer des te harder hij of zij roept of overdrijft. Dat moet zelfs niet altijd met de juiste feiten of analyses zijn. Ik ga geen namen noemen, maar dat leer ik wel als ik het rapport overloop. ‘Much to do about nothing’ ligt goed in de markt zeker. Het verkoopt.

 

Er zijn politici die bergen vragen stellen; schriftelijk en mondeling. De ene vraag al wat relevanter dan de andere, waarbij je je moet afvragen wat men met de antwoorden doet. Een persmededeling van maken? Gebruiken om er een conceptnota of resolutie mee op te stellen? Of er mee aan de slag gaan voor een nieuw decreet? Gewoon in de kast laten liggen hoort ook in het rijtje. Elke vraag vergt veel werk van administratie en kabinetten en wordt aangevinkt als ‘een initiatief van het parlementslid’. Hoe irrelevant of relevant ook. De kwantiteit, weet je. Veel vinkjes is een goed parlementair, is dan ook een simpele analyse dat weinig opzoekingswerk behoeft.

 

Er zijn politici die weinig tussenkomen maar als ze dat dan doen, dat wel goed voorbereid en wel overwogen doen. Anderen komen bij alles en nog wat tussen. Nog anderen lezen hun tussenkomsten af, al dan niet zelf geschreven. De gave van het gesproken en het geschreven woord, de verpakking. Niet iedereen is het op dezelfde manier gegeven. Maar weegt dat mee in het geven van sterren?

Daarenboven zijn er parlementsleden die extra taken uitvoeren. Lid zijn van het bureau bijvoorbeeld: voorzitter, ondervoorzitter of secretaris. Of een commissie voorzitten. Heel andere taken, andere opdrachten en andere manieren van werken. Het parlement vertegenwoordigen in binnen- en buitenland is ook zoiets. Delegaties ontvangen. En zo veel meer.

 

Tot slot zijn er nog parlementsleden die ook buiten het parlement een taak hebben. Partijvoorzitter bijvoorbeeld. Is er iemand die denkt dat die niet dag en nacht bezig zijn, zeven dagen op zeven? Ik zou het nooit willen zijn. Dat zij niet wegen op de politiek?  Niet relevant zijn in de politieke besluitvorming? Hen dan een negatieve beoordeling geven omdat ze in het parlement geen vragen stellen? Kom nou. Zijn de beoordelaars in kwestie wereldvreemd?

 

De vele vragen en bedenkingen die ik hier opwerp zijn relevant om te weten wat onze journalisten wel of niet mee in ogenschouw nemen. Of ze daar voldoende kijk op hebben. Of dat ze alles meegenomen hebben in de evaluatie en de stigmatisering die ze doorvoeren.  

Ik moet toch vaak mijn wenkbrauwen fronsen. Ook bij de quotering van de ministers. Ik zie een zeer goede score (twee maal drie en een halve ster) voor de twee federale ministers die verantwoordelijk zijn voor het debacle waar ik de voorbije twee weken over schreef. Had men niet ingegrepen, we stevenden hier in de nucleaire sector regelrecht op een catastrofe af.

Vijf federale excellenties krijgen drie en een halve ster. Zelfs de premier komt met drie sterren weg niettegenstaande de vernietigende analyses voor het gevoerde beleid van de voorbije jaren door onafhankelijke instellingen. Alle knipperlichten staan op rood: schuld, te kort, staat van hervormingen,… Ik begrijp het niet meer. In Vlaanderen waar het budget wel op orde is en er wel beslissingen genomen zijn, krijgt geen enkele minister meer dan drie sterren. In de kranten kan men het echt niet wegsteken voor wie men het heeft en voor wie men het niet heeft. Is er objectiviteit? Het kan. Ik zie ze evenwel niet.

 

Dat men het merendeel van de politici buist, vind ik dus niet terecht. Het strookt niet met de waarheid of de werkelijkheid. Ik zie dat er hard gewerkt wordt. Dat de meesten zeven dagen op zeven actief zijn en ook op de onmogelijkste momenten hun telefoon opnemen of beschikbaar zijn. Over de partijgrenzen heen.

Waarom men zoveel collega’s ‘buist’? Ik weet het niet. Wil men ze opjutten? Het kan. Wil men een negatief klimaat creëren? Het heeft er alle schijn naar. Weet evenwel dat elke negatieve quotering naar een verontwaardiging van de burger leidt. Verontwaardiging die leidt naar aversie tegen politici en finaal tegen de politiek op zich. Het zet de democratie zelf op het spel. Enfin, het is wat ik er van denk.

 

Meer dan ooit ben ik er van overtuigd dat de politiek belangrijk is en hoop ik dat de kiezer straks goed nadenkt wanneer een stem moet uitgebracht worden. Bezint eer je begint, is een oud Vlaams spreekwoord dat nu zeker aan de orde is.

Maar voor vandaag eerst een zalig paasfeest aan ieder van u en dan vanaf morgen opnieuw aan de slag.  

 

Kris van Dijck

Dessel, 31 maart 2024