Vrijheid van onderwijs ?

Door Kris Van Dijck op 29 augustus 2017, over deze onderwerpen: Blog

De aanval van Lieven Boeve op Koen Daniëls en de N-VA in het algemeen gaat verder dan de discussie over de eindtermen. “Het is een aanval van de N-VA op het middenveld”, hoor ik Lieven Boeve proclameren. Het is niet dat collega Koen Daniëls niet correct antwoordt, weerwerk biedt of prima onze visie, en die van velen in de commissie onderwijs, verdedigt. Integendeel. Maar de uithaal vanuit het katholiek onderwijs is er zo ver over dat ik niet anders kan dan in de pen te kruipen.

De onderwijspolitiek kent in ons land een woelige geschiedenis. De schoolstrijd van de jaren vijftig kreeg in 1958 een ‘wapenstilstand’ in het zogenaamde schoolpact. Die “godsvrede” in het onderwijslandschap werd afgekocht en zorgde ervoor dat naast het gefinancierd rijksonderwijs, ondertussen gemeenschapsonderwijs, ook het vrij onderwijs en het gemeentelijk en provinciaal onderwijs gesubsidieerd zou worden. Alle leerkrachten zouden voortaan door de staat betaald worden en scholen zouden werkingsmiddelen krijgen. De gesubsidieerde scholen per leerling iets meer dan de helft van staatsscholen. Laat het duidelijk zijn dat de toen nog prille politieke vertegenwoordiging van het Vlaams-nationalisme niet bij die onderhandelingen betrokken was... Die ongelijkheid in werkingsmiddelen zou ook aangepakt worden want totaal niet verdedigbaar. Ten gevolge van de Tivoli-akkoorden eind vorige eeuw kwam in 2006 de verhouding op 100-76 te liggen en met Vlaams-nationalisten in de Vlaamse regering evolueerden we naar een subsidiering op school- en leerlingkenmerken. Om maar aan te tonen hoezeer de N-VA het middenveld doodknijpt…

Sinds Vlaanderen zelf aan het roer staat van het onderwijsbeleid is er dus veel veranderd. De financiële lat werd inderdaad in balans gelegd maar over fundamentele discussies zoals de inhoud van ons onderwijs bleven de gemoederen hoog oplaaien. De introductie van eindtermen in de jaren negentig was daar al een duidelijk voorbeeld van. In de geest van wie-betaalt-bepaalt, nam het Vlaams Parlement consequent haar verantwoordelijkheid. Eindtermen zijn immers minimumdoelen, door de overheid opgelegd, die door de meerderheid van leerlingen en scholieren horen behaald te worden. Op basis daarvan maken scholen (lees in de praktijk koepels) hun leerplannen.

Wat de N-VA, en met haar ook andere partijen, vraagt is dat die eindtermen concreter geformuleerd worden met de ambitie dat alle leerlingen ze bereiken. Minder eindtermen maar concreter. Wat is daar inperkend aan? Waar zie ik daar een aanval op het middenveld in? Ook in andere sectoren waar de overheid subsidiërend optreedt legt ze toch doelstellingen op. Waarom doelstellingen opleggen aan de VRT, maar niet aan het onderwijs, bijvoorbeeld? Is 11,3 miljard euro belastinggeld niet voldoende opdat de overheid haar gezag laat gelden?

Voor de leerkracht én de school moet het duidelijk zijn wat echt bij iedereen bereikt moet worden. Dat is ambitie! Verder krijgt die leerkracht én de school alle ruimte om haar pedagogisch project in te vullen. Dat is vrijheid!

Maar daar knelt nu net het schoentje. Want wat is het middenveld? Voor de N-VA is dat de school en haar tentakels in de lokale gemeenschap en niet een logge instelling in Brussel die zichzelf het etiket “middenveld” toe-eigent. Een “middenveld” dat miljoenen werkingsmiddelen van haar scholen onttrekt, ze binnenrijft en vervolgens iedereen uniforme leerplannen en planlasten oplegt. Een “middenveld” dat structuren en schoolbesturen kneedt naar haar inzichten en wensen. Vrijheid? Wij denken het niet.

Het is dus duidelijk geen ideologisch debat over vrijheid van onderwijs. Het is het proberen verstoppen dat geld en macht belangrijker zijn dan inhoud voor “het middenveld”. Daar bedanken onze leerkrachten, leerlingen, scholieren, de belastingbetaler én de N-VA voor.

Kris Van Dijck

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is