Nimby en Banana

Door Kris Van Dijck op 18 april 2021, over deze onderwerpen: Blog
Kris Van Dijck

Elke zondag belicht ik een onderwerp dat me de voorbije week opviel…

Nimby en Banana

Corona, Covid-besmettingen, knuffelcontact, quarantaine, ziekenhuisopnames, vaccinatie, avondklok,... en zo kunnen we nog wel wat begrippen opsommen waarmee we het voorbije jaar om de oren geslagen werden. Laat ons het daar vandaag even niet over hebben. Wel over Nimby en Banana, want los van heel de corona, leven we toch wel in een vreemde tijd.

 

Stel dat in de jaren vijftig, zestig en zeventig van de vorige eeuw de huidige tijdsgeest zich manifesteerde. Dit in de vorm van mondige burgers en allerlei inspraak-, bezwaar- en beroepsprocedures. Hoeveel autosnelwegen zouden er dan in ons land liggen? En zou het beter zijn zonder? Ik herinner me nog dat we van Dessel naar Antwerpen reden, eerst naar Turnhout centrum en dan over de secundaire, levensgevaarlijke weg N12 met een middenrijvak waarop men van beide kanten kon inhalen, door de centra van de beide Malles, Sint-Antonius, Schilde, Wijnegem. Beeld je in dat al het verkeer, inclusief vrachtwagens, van de E34 zich door deze dorpskernen zouden moeten ploeteren. Of verder naar Gent door Antwerpen stad, de Konijnenpijp en vervolgens de N70 op door de Waaslandse kernen. Ook de E19 heb ik nog weten aanleggen. Al dat verkeer op de N1. Dag en nacht, zeven dagen op zeven. Beeld het je in… Zo kunnen we voorbeelden blijven geven.

 

Eigenlijk zijn wij, mensen, toch rare wezens. We staan allemaal op onze luxe. Een luxe die allerlei vormen aanneemt. We willen snel en efficiënt overal geraken. Geen obstakels en ook geen wegenwerken onderweg. We willen dat er tewerkstellingsmogelijkheden zijn om onze centjes te kunnen verdienen, liefst niet te ver weg. En faciliteiten om onze vrije tijd in door te kunnen brengen. Ten slotte willen we allemaal een huis om in te wonen. Een thuis om niet gestoord te worden. Genieten van de rust en de elektriciteit die uit het stopcontact komt moet ons luxeleventje echt mogelijk maken. Wat zouden we doen zonder?...

 

En nu komt de kat op de koord. De voorbeelden zijn legio van zaken die noodzakelijk zijn om onze luxe te bestendigen of te verbeteren die botsten op de privébelangen van andere medemensen. En ik wil helemaal niet oordelen, laat staan veroordelen, maar telkens wanneer nieuwe plannen opduiken, duiken ook de fenomenen van Nimby en Banana op. Dat eerste begrip gaat al langer mee: “Not in my backyard.” Of netjes vertaald: “Niet in mijn achtertuin.” Het tweede begrip leerde ik van Philip Muyters kennen toen die minister van Ruimtelijke Ordening was en is al zeker zo duidelijk: “Build anything near anybody near anywhere.” Of: “bouw niks nabij niemand nabij nergens.”

 

Op de allerkleinste schaal ervaren we dat wanneer gronden moeten ingenomen worden om wegen veiliger of aantrekkelijker te maken. Innames voor deftige stoepen, aanplantingen of fietspaden lopen vaak niet van een leiendakje met immense vertragingen voor uitvoering tot gevolg.

Wanneer het gaat om het uitbreiden van woon- of ondernemingszones schakelen we al snel een versnelling hoger. Alle evenwichten wat ruimtelijke uitvoeringsplannen of zoneringen betreft schuiven we graag ter zijde als ons eigen uitzicht (letterlijk) bedreigd wordt. Dat er nog mensen zijn die een woning willen, net als jijzelf, vergeten we dan even. Of toch niet met het argument: “Natuurlijk heb je dat recht, maar niet hier…”

Als het over vrijetijd gaat, hetzelfde liedje. We kennen allemaal de saga rond voetbalstadions waarvan de eerste steen maar niet kan gelegd worden, terwijl nu ook bezwaren binnenstromen tegen paddelvelden… In de energiesector kennen we eigenlijk niks anders. We willen allemaal elektriciteit, en velen (hoeveel kan ik niet zeggen), moeten niet weten van kernenergie. Dat afval, waar elke energieverbruiker mee verantwoordelijk is, ergens naar toe moet, zal velen worst wezen. “In ieder geval niet hier”, klinkt het dan in koor. Klein zijsprongetje: chapeau hoe men in Dessel en Mol dit aanpakt.

Het implementeren van alternatieven via windmolens kent hetzelfde verhaaltje: “we willen wel elektriciteit, maar hier geen molen.” Van mensen die voor kernenergie zijn kan ik dat nog begrijpen want windmolens bieden geen productiezekerheid en dan kan je mijns inziens terecht de vraag stellen of ze neerpoten in mooie natuur- en stiltegebieden wel aangewezen is. Maar wie tegen kernenergie is, en zich vervolgens verzet tegen windmolens, raad ik aan zich kaarsen aan te schaffen…

Het laatste voorbeeld dat ik wil aanhalen is de discussie die nu de kop opsteekt rond het aanleggen van pijpleidingen tussen de haven van Antwerpen en Duitsland. Waar je zou denken dat elke liter die door een pijpleiding gaat, goed is voor een liter minder die over de weg moet getransporteerd worden met alle gevolgen voor leefmilieu en veiligheid, kent ook dat dossier het antwoord: “niet hier…”

 

Heb ik problemen met mondige burgers? Neen, in het geheel niet. Waar ik een lans voor breek is niet alleen mondigheid, maar ook oog hebben voor het algemeen belang. Zeker wanneer die nieuwe initiatieven een vooruitgang betekenen voor economie én ecologie. Dat we het globale plaatje steeds voor ogen houden. Misschien daar ook eens even bij stil staan wanneer we de pen willen grijpen om een bezwaar in te dienen of een procedure op te starten. Dankjewel.

Kris van Dijck

Dessel, 18 april 2021

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is