Ons dorp in de Kempen.

Door Kris Van Dijck op 17 januari 2021, over deze onderwerpen: Blog
Kempen

Elke zondag belicht ik een onderwerp dat me de voorbije week opviel…

Ons dorp in de Kempen

Niet iedereen zal Dessel weten liggen. Ver weg op de parking, zal men in het Antwerpse zeggen. Bijna Limburg. Of misschien helemaal. Op zich maal ik er niet om. Who cares. Provincie Antwerpen of Limburg, als het er maar goed is… Voor drie weken begon ik aan mijn eenentwintigste jaar als burgemeester. Tel daarbij zes jaar schepen en zes jaar oppositie en meer dan de helft van mijn leven maak ik deel uit van de gemeenteraad. En ja, dan voel je je toch wel wat verantwoordelijk voor de “staat” van ons dorp. In het goede; in het slechte… Daarnet maakte ik nog een fietstochtje. Als kind deed ik dat vaak. Zomer en winter. Eigenlijk mochten wij veel, naar de huidige maatstaven toch. Ongemoeid buiten spelen. We verkenden alle hoeken en kanten. Kenden alle beekjes en paadjes. We waren dan wel jonger dan Wim Sonnevelds ansichtkaart of Louis Neefs’ dorp in de Kempen, toch leunden we daar sterker bij aan dan bij de huidige digi-generatie. Een lange inleiding om tot het punt te komen dat ik op deze zondagnamiddag wil maken. Want ons dorp veranderde zienderogen. De klok bleef hier niet stil staan…

Vele landen en regio’s kampen met de ontvolking van het platteland. Jongeren trekken naar de steden en in de dorpjes blijft de vergrijzing achter. Of het zijn welstellende stedelingen die er hun tweede verblijf zoeken. Liefst met een zweem van kijk-eens-hoe-authentiek-we-zijn. In Vlaanderen misschien minder prangend maar ik vraag me toch af hoe het Dessel zou zijn vergaan indien de economische vooruitgang ons geen opportuniteiten had geboden. Of indien we die niet zouden genomen hebben. Met beide handen.

Vele jaren terug nam ik kennis van een Nederlandse studie waarin de onderzoeksvraag luidde: wat heeft een lokale gemeenschap nodig om levensvatbaar te zijn? Het antwoord was een gelijkzijdige driehoek die je het best kan onthouden met het letterwoord WOW. Je moet er kunnen wonen, ontspannen en werken. Klinkt logisch maar dient een constant aandachtspunt te zijn in het beleid. Als je je lokale gemeenschap een toekomst wil geven natuurlijk. En elke zijde van deze driehoek is van levensbelang. Haal er ééntje of twee weg en je gemeenschap zakt als een pudding in elkaar.

De eerste zijde: wonen. Binnen de stedenbouwkundige regels, verordeningen en draaiboeken, alsook gewestplan en ruimtelijke uitvoeringsplannen, bieden we woonmogelijkheden voor jong en oud. Kansen ook naar ieders vermogen. Een goede mix van eengezinswoningen en appartementen. Bouwmogelijkheden voor o.a. jonge gezinnen en huurmogelijkheden. Inbreidingsprojecten binnen de woonzones krijgen daarbij onze steun waarbij we waken over de kwaliteit.

Een tweede zijde, die alles moet schragen, is werk. De zandontginning, de uitbouw van de nucleaire bedrijvigheid en de komst van industrieën naar de Kempen schonk Desselaars tewerkstelling. Maar ook het ontwikkelen van industriële en ambachtelijke zones gaf ondernemers en hun werknemers kansen. Welvaart vond zo haar wortels in wat van oudsher een onvruchtbare streek was.

De mensen die hier wonen en werken moeten natuurlijk een meerwaarde vinden op het vlak van ontspanning en vrije tijd; sport, cultuur, natuur,… Levenskwaliteit wil ik het noemen. En ook daarin doorstaan we met brio de toets. Een bruisend verenigingsleven en een prachtige infrastructuur. Maar ook door de impact van de zandontginning en landschapsonderhoud door landbouwers en overheden vind je hier unieke belevingsmogelijkheden: fiets- en wandelpaden in ongerepte natuur met prachtige vergezichten.

Ja, daaraan denk ik als ik door Dessel fiets. Als ik verkiezingsprogramma’s schrijf. Als ik dat met medestanders en medewerkers omzet in daden. Of zoals nu aan mijn schrijftafel zit…

Kris van Dijck Dessel, 17 januari 2021

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is