Woordbreuk

 

Sinds het midden van de week had ik het me voorgenomen vandaag over de PISA-resultaten te schrijven. Diegenen die verrast zijn van de opnieuw slechtere resultaten van de Vlaamse leerlingen bij die internationale PISA-testen, bevonden zich de voorbije twintig jaar waarschijnlijk op Pluto. Ik heb de voorbije negenentwintig jaar het onderwijsbeleid van zeer nabij meegemaakt. Dit resultaat stond in de sterren geschreven. Er is al veel over geschreven en het Vlaams Parlement debatteerde er woensdag uren over. Maar eerlijk? Onderwijs is het meest frustrerende beleidsdomein voor elke politicus. En alle ministers die ik kende van 1995 tot nu vertrouwden me dat ook toe. Waarom? Omdat men bij elke ingreep, bij elke maatregel op artikel 24 van de Grondwet botst. Onderwijs is vrij en oohwee als de overheid iets komt opleggen. Dan loopt men naar het Grondwettelijk Hof… Alleen de portemonnee open en als het slecht gaat geven diegenen die het onderwijsbeleid echt in handen hebben, de koepels, niet thuis. Maar zoals in de aanhef geschreven. Ik ga mijn analyse voor een andere keer houden. Er is iets anders gebeurd dat me persoonlijk veel meer raakt… En niet alleen mij maar de hele Desselse en Molse gemeenschap.

 

In 1998, het was de tijd dat de voorbije week opnieuw tot leven geroepen Jean-Luc Dehaene echt premier was, wist de federale regering geen blijf met het steeds in omvang toenemende laag radioactief afval dat voorheen gewoon in zee gedumpt werd. Gemeenten waar nucleaire activiteiten waren, werden verzocht om samen met hun bevolking na te gaan of een berging in hun gemeente kon en onder welke voorwaarden.

De grootste vervuilers Beveren met Doel en Hoei met Tihange waar onze kerncentrales staan, gaven niet thuis. Dessel, Mol en Fleurus-Farciennes wel. Die laatste gaf het al na een paar jaar op. De gemeenten Dessel en Mol en hun inwoners niet. Het resulteerde in een gedragen voorstel dat door de federale regering in 2006 in dank aangenomen werd.

 

Ondertussen zijn we goed zeventien jaar verder en de eigenlijke bovengrondse berging moet nog starten. Toch is er de voorbije jaren enorm hard gewerkt. Door NIRAS, zijnde de nationale instelling belast met het beheer van ons nucleair afval. Door de lokale partnerschappen STORA in Dessel en MONA in Mol. Partnerschappen die de voorwaarden voor de berging opstelden en die de partner zijn van NIRAS om het in 1998 opgestarte parkoers ook succesvol af te werken. Echter; van de week verscheen een ernstige kaper op de kust. Wie? De federale regering zelf die wat mij betreft recht op een regelrechte woordbreuk afstevent.

 

Wat stelde het partnerschap STORA als bindende voorwaarden, bevestigd door de gemeenteraad van Dessel en als dusdanig erkend door de federale overheid in 2006. Lees de Belgische regering:

Optimale veiligheid. Zowel qua infrastructuur en mobiliteit. En dit tijdens de jaren van exploitatie (zijnde de jaren dat er geborgen wordt) als gedurende de volledige periode van berging, ’t Is te zeggen gedurende 300 jaar.
Detectiesystemen die alles opvolgen, m.b.t. lucht, oppervlaktewater en grondwater en waarover ook permanent gecommuniceerd wordt.
Voor die permanente communicatie moeten we beschikken over alle mogelijke technieken zoals Digicat (lokale TV) maar ook over een informatie- en communicatiecentrum, wat ondertussen Tabloo geworden is.
Behoud van de nucleaire kennis in de streek. O.a. bij SCK. O.a. bij Belgoprocess.
Ruimtelijke kansen om te ondernemen zoals de uitbreiding van de KMO-zone die gelegen is in en aan de nucleaire zone.
Een lokaal fonds van om en bij de 120 à 130 miljoen euro waarmee projecten in de gemeenten Dessel en Mol kunnen gefinancierd worden.
Om dit alles mogelijk te maken een sluitende financiering.

 

Deze twee laatste punten komen nu zwaar onder druk te staan waarbij ik het woord woordbreuk niet schuw.

Zowel op de sites 1 als 2 van Belgoprocess bevindt zich nog een grote hoeveelheid nucleair afval van de Belgische staat. Om dit op te kuisen en permanent te beheren is er nood aan 6 miljard euro. Ja, je leest het goed: 6.000.000.000 euro. Voor het volgende jaar trekt men slechts 69 miljoen euro uit. Op deze manier zal het historisch afval pas tegen 2100 opgekuist zijn. Een periode die veel langer is dan wanneer het afval geproduceerd werd. Dit is niet meer ernstig. Maar het ergste moet nog komen…

 

Ons lokaal fonds werd ondergebracht in een private stichting. Die stichting werkt autonoom en heeft mensen aangetrokken om het bedrag (120 à 130 miljoen) te beheren. Lees te beleggen. Met de jaarlijkse opbrengsten kunnen lokale projecten in Mol en Dessel gefinancierd worden. Kunnen of moet ik nu schrijven zouden kunnen…

 

De Belgische regering heeft nu een maatregel in de stijgers staan dat ze vzw’s en stichtingen extra gaat belasten. Ja, ook vzw’s in de cultuur- en onderwijssector via de patrimoniumtaks. Minister Van Peteghem denkt hiermee een 80 miljoen euro op te halen. De taks bedraagt nu jaarlijks 0,17% op de middelen waarover de vzw dan wel de stichting beschikt.

Het  opgezette plan luidt als volgt: 0% als je minder dan 50.000 euro beheert, 0,15% tussen 50.000 en 250.000 euro, 0,30% tussen 250.000 en 500.000 euro en 0,45% boven 500.000 euro. Dit zou voor ons een jaarlijkse afroming van bijna 600.000 euro betekenen. Of drie maal meer dan wat vooropgezet was.

 

Als ik goed tel is dat al meer dan 0,5% dat de regering bij ons alleen komt halen en daarmee onze middelen bestemd voor lokale projecten gewoonweg afneemt. Het lokaal fonds wordt daarmee een belegging voor de federale overheid en dus voor Dessel en Mol een lege doos.

Laat me hopen dat de regering snel inziet dat ze de bal volledig mis slaat en ten aanzien van  heel Dessel en Mol woordbreuk pleegt. Dat kan toch niet de bedoeling zijn, wel? Dat noemen ze dan in de Kempen stank voor dank. Neem van mij aan; dit laten we er zo niet bij. En toch wens ik u, lezer, na opnieuw deze opdoffer te moeten ontvangen, een fijne zondag toe.  

 

Kris van Dijck

Dessel, 10 december 2023