Game over voor de werkgevers

Door Kris Van Dijck op 2 mei 2021, over deze onderwerpen: Blog
arbeid

Elke zondag belicht ik een onderwerp dat me de voorbije week opviel…

 

Game over voor de werkgevers

De titel in het Nieuwsblad: “Paul Magnette (PS): “Nu wij weer in de regering zitten, is het game over voor de werkgevers””, deed mij vrijdag bijna van mijn stoel vallen. Kan je meer polariseren en mensen tegen elkaar opzetten? Het maakt me in ieder geval boos. Enige uitleg van mijnentwege.

 

Aan de vooravond van 1 mei, vrijdag was het 30 april, moet je van niks versteld staan. Straf, straffer, strafst, zo hoort het blijkbaar als de Dag van de Arbeid, de hoogdag van en voor socialisten en communisten er aan komt. Stoer op de borst kloppen en het vuur oppoken, waarom niet? Zeker omdat die dag hun dag is, denken én zeggen ze. Het mocht blijkbaar niet de dag van de opening van de terrassen zijn, wordt gefluisterd. En jaren geleden speelde het toenmalige Vlaams Blok ook al de hond in het kegelspel door provocerend op 1 mei een meeting te organiseren, in Aalst, bij het standbeeld van priester Daens. Toenmalige SP.a-coryfeeën, nu Vooruiters, vergeleken dat toen met gelijkaardige pogingen van Hitler en Mussolini meer dan een halve eeuw voordien om de socialistische hoogdag te stelen. Wat er ook van zij; voor mij is 1 mei, de Dag van de Arbeid, sinds dat een algemene feestdag is, de dag voor alle mensen die arbeid verrichten. Net zoals 11 juli de dag van alle Vlamingen is, ook de niet Vlaams-nationalistische Vlamingen. Maar bon, terug naar de uitspraak van onze PS’er Paul Magnette: “game over voor de werkgevers”, en een aantal bedenkingen die daarbij door mijn hoofd schoten. Ik geef ze je even mee:

1. Als het over de Dag van de Arbeid gaat, vind ik het vreemd dat diegene die arbeid schept, de gebeten hond is. “Game over voor de werkgevers.” Dus de gever, de “werk”-gever zijn spel is voorbij. Dat staat er toch, neen? Nu als die werkgever uitgeschakeld, uitgerangeerd of kaltgestellt wordt, wie gaat er dan voor die arbeid zorgen? Ik zou het graag vernemen.

2. Een basisregel in een herverdelende samenleving – waarbij wie kan, bijdraagt en diegene die niet kan, ontvangt – is toch dat des te groter de taart is, des te meer er kan verdeeld worden. Dat lijkt mij de essentie van solidariteit. En des te groter de taart is, des te meer solidariteit er kan georganiseerd worden. Werknemers én werkgevers zijn in deze de taartenbakkers. Ze zijn geen van beiden te missen in een herverdelende, sociale samenleving. Waarom die laatste dan moet uitgeschakeld worden? Vertel het me.

3. Mijn grootvader, die eerst werknemer en nadien zelf zelfstandig ondernemer was, leerde me volgende wijsheid: “ik heb graag dat mijn baas het goed heeft, dan heb ik het ook goed.” Met andere woorden, een patron die het niet voor de wind gaat, kan niet meedelen met zijn werknemer. Mijn grootvader was een gewone kempenzoon, maar breng maar eens iets in tegen die wijsheid. Ook dat verneem ik graag.

4. Uit Magnette zijn mond horende, en indachtig dat de Dag van de Arbeid toch de dag is dat we de man en vrouw eren die die arbeid verricht, durf ik provocerend zeggen dat de Dag van de Arbeid meer de dag van de Vlaming dan wel die van de Waal of Brusselaar is. Je zal me waarschijnlijk met ongeloof overladen als je me de kiesuitslagen in de verschillende gewesten voorschotelt, maar met een werkzaamheidsgraad van tegen de 75% in Vlaanderen, geen 65% in Wallonië en amper 61% in Brussel durf ik dat dubbel en dik stellen. De Vlaming verricht meer arbeid en verdient dus meer erkenning. Neen?

5. Verder lees ik dat voor Magnettes collega in Vlaanderen, Vooruiter Conner Rousseau, de aandeelhouders de gebeten honden zijn. Ik lees in De Standaard online: “Als men blijft vinden dat er geen ruimte is om werknemers een deftige opslag te geven, wel, dan is er ook geen ruimte om aandeelhouders een opslag te geven.” Geldt die logica ook als het minder gaat met het bedrijf? Met andere woorden, als de aandeelhouders, die risico nemen door aandelen te kopen, de waarde van hun aandelen zien dalen, gaan de werknemers van dat bedrijf dan ook automatisch loon moeten inleveren? Ook dat verneem ik graag.

 

Enfin, we zijn vandaag een dag later. Ik wens iedereen veel arbeidsvreugde, een heel jaar lang, met een wijsheid die ik van mijn vader zaliger leerde. Hij was sinds een ongeval in 1958 tot hij overleed in 1997 zwaar gehandicapt en droomde er van te ‘kunnen’ werken. Zijn antwoord op wie klaagde over zijn werk: “wees blij dat je kan gaan werken.” Succes!

Kris van Dijck

Dessel, 2 mei 2021

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is